Hasan Dagdeviren

Agressie tegen zorgmedewerkers: wat de cijfers werkelijk laten zien

Samenvatting: Eén op de drie zorgmedewerkers krijgt jaarlijks met fysieke of verbale agressie te maken. Achter dat cijfer schuilt een patroon dat vraagt om structurele inrichting, niet om losse trainingen.

Een cijfer dat we te makkelijk wegzetten

Volgens onderzoek van onder meer CNV Zorg en RIVM krijgt **één op de

drie zorgmedewerkers** jaarlijks te maken met fysieke of verbale

agressie. In de GGZ en spoedeisende hulp lopen die percentages op tot

boven de 60%. Dat is geen incident, dat is een werkomstandigheid.

Het probleem is dat veel zorgorganisaties die cijfers behandelen als

"verbeterterrein" in plaats van als kerngegeven over hun bedrijfsproces.

Beveiliging wordt dan een aanvulling, terwijl het feitelijk een

voorwaarde is om zorg te kunnen leveren.

Wat onderregistratie verbergt

De werkelijke aantallen liggen vermoedelijk fors hoger. Verbale agressie

("daar moet je tegen kunnen"), spugen, bedreiging via familie, en

intimidatie via sociale media worden vaak niet geregistreerd. Wie geen

goed registratiesysteem heeft, krijgt geen patroonherkenning, en zonder

patroonherkenning geen gerichte preventie.

Een werkbaar minimum: registreer alle incidenten in vier categorieën

(verbaal, fysiek niet-letselveroorzakend, fysiek letselveroorzakend,

intimidatie buiten werk) met locatie, tijdstip, betrokken functiegroep

en bekende risicofactoren bij de patiënt.

Drie patronen die elke instelling herkent

In de incidentdata van zorginstellingen waar wij mee werken zien we

drie terugkerende patronen:

  1. Overdrachtsmomenten — bij dienstwissels, opnames en

verplaatsingen vinden disproportioneel veel incidenten plaats.

  1. Wachten zonder informatie — een patiënt of familielid die uren

wacht zonder updates is een sterk verhoogd risico.

  1. Beperking zonder uitleg — elke beperking (deur dicht, telefoon

inleveren, separatie) zonder begrijpelijke uitleg vergroot het

risico op escalatie significant.

Deze patronen zijn aanstuurbaar. Ze vragen organisatorische keuzes:

voldoende personele bezetting op overdrachtsmomenten, een protocol

voor wachttijd-communicatie, en de eis dat elke beperking mondeling én

schriftelijk wordt toegelicht.

De rol van beveiliging in preventie

Goede zorgbeveiliging is niet de reactie op het incident maar een

factor in de preventie. Een ervaren zorgbeveiliger leest spanning vroeg,

benoemt die zonder dramatiseren, en geeft de zorgmedewerker de ruimte

om het gesprek te hervatten. Aanwezigheid alleen is vaak al

de-escalerend.

Daarom is het onverstandig om beveiliging pas in te zetten "als het

nodig is". In hoogrisico-omgevingen — spoedeisende hulp, gesloten

afdelingen, opvang — hoort beveiliging tot de **standaard

basisbezetting**, niet tot de calamiteitenrespons.

Wat juridisch ook telt

Werkgevers in de zorg hebben op grond van de Arbowet een actieve

zorgplicht: zij moeten redelijkerwijs alles doen wat agressie kan

voorkomen en de gevolgen ervan kan beperken. De Inspectie SZW

beschouwt structurele onderbezetting bij bekende risicomomenten als een

schending van die zorgplicht — onafhankelijk van de vraag of er een

incident heeft plaatsgevonden.

Tot besluit

Eén op de drie zorgmedewerkers per jaar. Dat is geen kanttekening bij

het zorgproces — dat is het zorgproces. Wie van die werkelijkheid

uitgaat, organiseert zorg waarin medewerkers blijven, patiënten zich

veilig voelen en de instelling juridisch staat.

Veelgestelde vragen

Verder lezen