Olivia Kroon

Vaste en flexibele contracten: de juiste mix in de zorgbeveiliging

Samenvatting: Een team van uitsluitend vaste medewerkers is duur en weinig flexibel. Een team van uitsluitend flexkrachten is kwetsbaar en onpersoonlijk. De juiste mix bepaalt of een organisatie wendbaar én betrouwbaar is.

Geen ideologische keuze, maar een bedrijfsmatige

De keuze tussen vaste en flexibele contracten wordt vaak met emotie

gemaakt. De ene werkgever vindt "een vast contract het minste wat je

verdient als je hard werkt", de andere vindt "flexibiliteit cruciaal voor

gezond ondernemerschap". Beide standpunten missen het punt. Het is geen

ideologische keuze; het is een bedrijfsmatige afweging waarin teams,

klanten en risico's centraal staan.

De vaste kern als ruggengraat

Een goede zorgbeveiligingsorganisatie heeft een **vaste kern van 70 tot

80%** van de capaciteit. Deze mensen kennen de locaties, kennen de

cliënten of patiënten, kennen elkaar, en zijn vertrouwd met de

specifieke werkprocessen. Bij hen ligt de continuïteit, de kwaliteit en de

relatie met de opdrachtgever. Zonder die vaste kern wordt elke dienst

opnieuw een inwerkdienst — en in onze sector kost dat patiëntveiligheid.

De vaste kern verdient meer dan een contract. Zij verdient

investeringen in opleiding, doorgroei en welzijn. Wie hierin

bezuinigt, jaagt de eigen ruggengraat weg.

De flexibele schil als ademruimte

De resterende 20 tot 30% capaciteit hoort flexibel te zijn. Niet omdat

flexibel goedkoper is — dat is een illusie — maar omdat zorg een sector

is met onvoorspelbare pieken: griepgolven, een tijdelijke verhoogde

crisismaatregel-zorg, een verbouwing waardoor een afdeling tijdelijk

extra toezicht nodig heeft. Een organisatie zonder flexibele schil moet

dat oplossen via overuren, en dat is de snelste route naar uitval bij de

vaste kern.

Flex kan op verschillende manieren: oproepkrachten, ZZP, payroll,

detachering, of korte vaste contracten van zes maanden. Welke vorm past

hangt af van de specifieke opdracht en van wettelijke kaders die

verschuiven (Wet DBA, nieuwe oproepregels). Wij beoordelen elke vorm op

drie criteria: kwaliteit, kosten, juridisch risico.

Wat de flexibele schil niet mag zijn

De flexibele schil mag geen verkapt vast personeel zijn. Een

"oproepkracht" die feitelijk vier diensten per week draait en dat al

twee jaar doet, is in juridische zin geen oproepkracht — en wordt door

de inspectie ook niet zo gezien. Naast het juridische risico is dit ook

moreel onverdedigbaar: deze mensen verdienen de zekerheid die hun

inzetpatroon laat zien.

Wij hanteren een interne regel: wie zes maanden lang meer dan 50%

van een gemiddelde voltijd-arbeidsduur draait, krijgt een aanbod voor

een vast contract. Dat kost ons soms flexibiliteit, maar bespaart ons

juridische narigheid én bouwt de vaste kern verder uit.

Inzicht in de mix

Veel werkgevers weten niet precies hoe hun mix eruit ziet. Ze weten het

percentage vaste medewerkers, maar niet wat dat percentage is gemeten in

gewerkte uren. Het verschil kan groot zijn: 80% vaste medewerkers

kan in praktijk neerkomen op 65% van de uren, omdat veel vasten in

deeltijd werken terwijl flex juist veel uren draait. Stuur dus altijd

op urenpercentage, niet op contractpercentage.

Wat dit betekent voor opdrachtgevers

Een opdrachtgever die een aanbesteding uitschrijft kan in het programma

van eisen opnemen:

  • het minimumpercentage van vaste medewerkers op de eigen locatie;
  • het maximumpercentage van inhuur in de eigen bezetting;
  • de norm voor "nieuwe gezichten" per kwartaal.

Deze eisen lijken bureaucratisch, maar ze bepalen voor een groot deel

de continuïteit en kwaliteit die de eindgebruiker — patiënt,

cliënt, bewoner — daadwerkelijk ervaart.

Tot besluit

De juiste mix tussen vast en flexibel is geen vaste formule. Hij

verschuift met de markt, met de wetgeving, met het type opdrachten.

Wie er regelmatig naar kijkt en op stuurt, houdt zijn organisatie

wendbaar én betrouwbaar. Wie het op de automatische piloot laat,

ontdekt op een dag dat hij of te duur of te kwetsbaar is — meestal

allebei.

Veelgestelde vragen

Verder lezen