Olivia Kroon

Roosteroptimalisatie binnen ziekenhuizen: waar tijd en mens elkaar raken

Samenvatting: Optimaliseren klinkt als efficiëntie. In de ziekenhuispraktijk betekent het iets anders: een rooster zo bouwen dat de patiëntenzorg, het team en het privéleven van de medewerker tegelijk overeind blijven.

Optimalisatie is geen synoniem voor versobering

In ziekenhuizen is "optimaliseren" een woord met een lading. Veel

medewerkers koppelen het reflexmatig aan bezuinigen, sneller werken, of

de zoveelste reorganisatie waarbij eerst beloofd wordt dat het beter

wordt en daarna blijkt dat het vooral krapper is geworden. Die reflex

is begrijpelijk. Maar als planner gebruik ik het woord anders.

Roosteroptimalisatie binnen een ziekenhuis betekent voor mij: de

beschikbare uren zó verdelen dat de patiëntenzorg, de teamsamenwerking

en het privéleven van de medewerker alle drie overeind blijven. Geen

van die drie mag structureel het kind van de rekening zijn.

Dat klinkt vanzelfsprekend. In de praktijk is het ongelooflijk

moeilijk. Een ziekenhuis is geen enkelvoudige organisatie. Het is een

opeenstapeling van afdelingen met eigen ritmes, eigen pieken, eigen

schaarsteprofielen en eigen personele dynamiek. Een verbetering op de

ene afdeling wordt zomaar betaald door een verslechtering op een andere.

Echte optimalisatie kan daarom nooit per afdeling worden gedaan; ze

vraagt om een blik over de hele organisatie.

Het verschil tussen efficiency en effectiviteit

Een veelgemaakte fout in roosteren is dat efficiency wordt verward met

effectiviteit. Een efficiënt rooster vult zoveel mogelijk gaten met

zo weinig mogelijk fte. Een effectief rooster levert de zorg die nodig

is op het moment dat ze nodig is, met een team dat ook over zes maanden

nog functioneert. Het verschil is fundamenteel.

Een wisselend rooster van twaalf medewerkers op een afdeling kan op

papier hetzelfde aantal uren leveren als een stabieler rooster van acht

medewerkers met een paar uitzendkrachten erbij. In de eerste variant

verspil je echter een enorme hoeveelheid energie aan overdrachten,

inwerken, en aan het gevoel van "wie heb ik vandaag eigenlijk naast

me?". In de tweede variant ontstaat continuïteit, vertrouwen tussen

collega's en daarmee een lagere foutkans. Effectiviteit gaat dus over

meer dan uren — het gaat over werkbare teams.

Pieken die je kunt voorspellen, hoor je vóór te zijn

Veel ziekenhuizen hanteren standaardroosters die zijn ontworpen voor

een gemiddelde week. Het probleem is dat de gemiddelde week niet

bestaat. Er zijn weken met veel electieve operaties, weken met

seizoenspieken op de SEH, weken waarin alle vakanties van het team

samenkomen, en weken waarin de jaarlijkse vergrijzingstrend ineens

voelbaar wordt op de geriatrie.

Een geoefende ziekenhuisplanner werkt daarom met een jaarmodel. Per

afdeling wordt op kwartaalniveau gekeken naar verwachte volumes,

absentiepatronen, en bekende drukmomenten. Vanuit dat jaarmodel wordt

teruggewerkt naar de basisroosters, en pas daaruit ontstaan de

weekroosters. Deze volgorde is essentieel. Wie alleen weekroosters

maakt, blijft eeuwig achter de feiten aan lopen.

De rol van de beveiligingscomponent

In ziekenhuizen wordt zorgbeveiliging steeds vaker meegenomen in

hetzelfde planningssysteem als zorgmedewerkers. Dat is geen detail,

het is een principiële keuze. Zorgbeveiligers zijn geen externe

losse inzet — zij behoren tot het zorgsysteem van de afdeling. Wie

hun roosters in een aparte excel-omgeving onderhoudt, verspeelt de

mogelijkheid om continuïteit op de werkvloer te realiseren.

Een SEH met een ervaren zorgbeveiliger die zes keer per maand

dezelfde dienst draait, functioneert hoorbaar anders dan een SEH met

twaalf wisselende krachten die elk twee keer langskomen. De

incidentcurves verschillen. De samenwerkingsrelaties verschillen. De

overdrachten verschillen. Roosteroptimalisatie betekent in dit verband

dus: ook hier kiezen voor vaste gezichten waar dat kan, en wisselende

inzet bewust toepassen waar dat niet anders kan.

Wat optimalisatie vraagt van de manager

De zwaarste fout die ik in mijn werk tegenkom, is dat een afdelingshoofd

de planner ziet als degene die "het rooster moet rondkrijgen". Dat is

een denkfout. De planner kan het rooster rondkrijgen — bijna altijd.

Maar de vraag is of het rooster ook dragelijk is voor het team, of het

financieel verantwoord is, en of het past binnen het bredere

ziekenhuisbeeld.

Het is aan de manager om kaders te scheppen waarbinnen de planner

kan opereren. Welke contractmix accepteren we structureel? Welke

maximumbelasting per medewerker per kwartaal? Welke vakantieperiodes

mogen elkaar overlappen en welke niet? Welke afspraken hanteren we

rond inhuur? Een planner zonder duidelijke kaders blijft elke week

opnieuw het wiel uitvinden — en betaalt daarvoor met de eigen

werkbalans.

Het meten van succes — en wat we niet moeten meten

In veel ziekenhuizen worden roosters gemeten op vulpercentage en

inhuurkosten. Twee variabelen die maar een fractie van het verhaal

vertellen. Wie écht wil weten hoe goed de roosterpraktijk werkt,

kijkt naar drie aanvullende cijfers: verzuimpercentage per afdeling,

wijzigingsfrequentie in de laatste 72 uur voor publicatie, en

medewerkerstevredenheid over voorspelbaarheid van werktijden.

Als één van deze drie structureel onder de maat is, is geen enkel

vulpercentage een reden tot tevredenheid. Een rooster dat de afdeling

laat functioneren maar het team uitput, is een rooster dat over zes

maanden de afdeling laat instorten. Goede meting kijkt vooruit, niet

alleen achteruit.

Tot slot

Roosteroptimalisatie binnen ziekenhuizen is geen technisch maar een

menselijk vak. Software helpt, jaarmodellen helpen, ervaring helpt —

maar uiteindelijk gaat het om het maken van zorgvuldige keuzes die

dezelfde mensen morgen weer aankunnen. Een planner die dat besef

elke week opnieuw vasthoudt, levert iets dat veel verder gaat dan een

gevuld weekrooster. Hij of zij levert het stille, doorlopende

fundament waarop het hele ziekenhuis kan draaien.

Veelgestelde vragen

Verder lezen