Olivia Kroon

Ziekteverzuim structureel aanpakken: kijken naar oorzaken in plaats van symptomen

Samenvatting: Een verzuimpercentage daalt niet door strengere ziekmeldprotocollen. Het daalt door te kijken naar de oorzaken: roosters, leidinggevenden, werkdruk en de mate waarin mensen zich gezien voelen.

Verzuim als signaal, niet als probleem

In veel organisaties wordt ziekteverzuim behandeld als een **op zichzelf

staand probleem** dat met betere protocollen kleiner gemaakt moet worden.

Strengere ziekmeldprocedures, snellere bedrijfsartsbezoeken, gesprekken

binnen 48 uur. Het helpt allemaal een beetje, maar het raakt zelden de

oorzaak. Verzuim is in onze sector vrijwel altijd een signaal van iets

dat dieper zit: een te zwaar rooster, een spanning in het team, een

incident dat niet is afgesloten, of een leidinggevende die niet luistert.

De drie lagen van verzuim

We onderscheiden grofweg drie lagen:

  1. Acuut medisch verzuim (griep, blessure, operatie) — niet te

beïnvloeden door werkgever, alleen door goede vervanging soepel te

maken.

  1. Werk-gerelateerd verzuim — overbelasting, slapeloosheid door

onregelmatige diensten, klachten aan rug, schouder of nek.

  1. Psychosociaal verzuim — onveiligheid in het team, conflict met

leidinggevende, gevoel van miskenning, doorwerken na incidenten.

De fout die veel werkgevers maken: ze pakken alle drie de lagen met

hetzelfde instrument aan (ziekmeldgesprek). Dat werkt voor laag 1 wel, voor

laag 2 nauwelijks, en voor laag 3 averechts.

Roosters als verzuimbron

Onregelmatige diensten zijn fysiek belastend. Dat is bekend. Wat minder

bekend is: de schade ontstaat vooral bij slecht ingerichte roosters,

niet zozeer bij onregelmatige diensten op zichzelf. Snelle wissels van laat

naar vroeg, te weinig hersteltijd tussen nachtblokken, en frequent

oproepwerk leiden meetbaar tot meer ziekmeldingen — vooral in de

leeftijdsgroep boven de 45.

Door roosterregels te hanteren die uitgaan van biologische realiteit

(minimaal 11 uur rust, geen achterwaartse rotaties, maximaal vier nachten

achtereen), zien wij het kortdurend verzuim binnen een jaar met 20 tot 30%

dalen. Dat is geen wonder, dat is biologie respecteren.

De leidinggevende als verzuimfactor

Een team met een goede leidinggevende heeft structureel lager verzuim dan

hetzelfde team met een matige leidinggevende. In onze data is dat het

sterkst significante onderscheid dat we vinden — sterker dan

roosterkwaliteit, sterker dan locatiecomplexiteit, sterker dan

salarisniveau.

Wat doen goede leidinggevenden anders? Drie dingen:

  • Ze nemen verzuim niet persoonlijk, maar ook niet bagatelliserend op.
  • Ze blijven contact houden tijdens ziekte zonder druk te zetten.
  • Ze maken terugkeer makkelijk door tijdelijke aanpassingen in dienst,

taak of locatie.

Psychosociaal verzuim en de rol van debriefing

Na een ernstig incident — een ontruiming, een suïcide, een gewelddadig

contact — gaat een deel van de medewerkers ziek thuis zitten. Vaak niet

direct, maar twee tot zes weken later. Wie de tijd neemt voor een

gestructureerde debriefing binnen 48 uur, en daarna een

vervolggesprek na twee weken, voorkomt een deel van dat verzuim. De rest

is onvermijdelijk — en hoort dan ook serieus behandeld te worden, niet

afgedaan als "niet zo gek na wat hij heeft meegemaakt".

Het meten dat ertoe doet

Verzuimpercentage is een gemiddelde. Het zegt minder dan vier andere

cijfers:

  • meldingsfrequentie per medewerker (vaak ziek vs. lang ziek);
  • percentage langdurig (>6 weken);
  • terugkeerratio binnen 6 maanden na ziekte;
  • verzuim per leidinggevende (de eerlijke spiegel).

Een organisatie die op deze cijfers stuurt in plaats van op het

gemiddelde, kan gericht ingrijpen. En dat is waar het verschil zit tussen

verzuimmanagement en verzuimcosmetica.

Veelgestelde vragen

Verder lezen